Représenté dans la collection permanente du LaM par trois œuvres issues de la donation Masurel, Paul Klee (1879-1940) est l’un des rares artistes incontournables du fonds d'art moderne à ne pas avoir encore fait l’objet d’une exposition monographique.
À cette occasion, le musée pose un regard inédit sur son œuvre en mettant en lumière son intérêt pour la question des « origines de l’art ». 

Rythmée en quatre grandes parties, l’exposition revient sur la façon dont les dessins d’enfants, l’art préhistorique, l’art extra-occidental et ce qu’on appelle alors « l’art des fous » ont permis à Klee de repenser son art.

Réalisée en co-production avec le Zentrum Paul Klee de Berne, où elle est visible jusqu'au 29 août 2021, et réunissant pas moins de 120 œuvres, l’exposition Paul Klee, entre-mondes crée des dialogues originaux entre des œuvres provenant des différentes périodes de création de l’artiste et un ensemble d’objets et de documents issus de sa collection personnelle.

 

Afbeelding
Paul Klee, œuvre.
Paul Klee, Garten-Plan (Plan de jardin) (détail), 1922. Aquarelle et plume sur papier sur carton, 26,6 x 33,5 cm. Zentrum Paul Klee, Berne
Afbeelding
 Paul Klee, toile.
Paul Klee, 17 Gewürze (17 épices), 1932. Donation Genevière et Jean Masurel. LaM, Villeneuve d'Ascq
Afbeelding
Paul Klee, toile dans son cadre.
Paul Klee, Tiere begegnen sich (Des animaux se rencontrent), 1938, 111. Huile et couleur à la colle sur carton sur contreplaqué ; 42 x 50,5 cm. Collection privée en dépôt au Zentrum Paul Klee, Berne
Afbeelding
Paul Klee, toile.
Paul Klee, Büste eines Kindes (Buste d'un enfant), 1933, 380. Aquarelle sur coton sur contreplaqué, 50,8 x 50,8 cm. Zentrum Paul Klee, Berne
VAN DE ENE NAAR DE ANDERE WERELD

Klee werd in 1879 in Bern geboren en overleed in Locarno in 1940. Hij twijfelde lang tussen schilderkunst, schrijven en muziek. Uiteindelijk volgt hij een opleiding aan de academie voor beeldende kunst van München, verblijft lang in Italië en brengt twee bezoeken aan Parijs, in 1905 en 1912. Ondanks meerdere artistieke breuken blijft München zijn thuishaven tot de oorlog. Hier ontmoet hij Vassily Kandinsky en de leden van Der Blaue Reiter, een groep kunstenaars die zich onder andere interesseren voor volkskunst en kindertekeningen. Een reis naar Tunesië in 1914 sterkt hem in zijn keuze: “Ik ben één met kleur. Ik ben kunstschilder.”. 

Ondanks deze bevestiging die lange jaren van introspectie kenmerkt, plaatst Klee, een kunstenaar die onophoudelijk twijfelt, zich altijd in een tussenwereld: tussen figuratie en abstractie, tussen schilderkunst en muziek, tussen oosten en westen, tussen praktijk en theorie, tussen gisteren en vandaag. Hij wil het zichtbare niet reproduceren, maar het onzichtbare vormgeven en werkt zijn benadering uit in zijn dagboek en zijn onderwijs. In 1920 komt hij bij Bauhaus, een school voor beeldend kunstenaars die in Weimar is opgericht door de architect Walter Gropius. In de jaren hierna wordt hij opgemerkt door de Franse surrealisten, die in hem een ‘inwendige schilder’ zien volgens de woorden van Antonin Artaud. Kort voor zijn overlijden trekken zijn werken de aandacht van Roger Dutilleul en Jean Masurel, de initiatiefnemers van de collectie moderne kunst van het LaM.

Afbeelding
Paul Klee, dessin sur fond bleu.
Paul Klee, Bastard (Bâtard), 1939. Donation Livia Klee, Zentrum Paul Klee, Berne
PRIMITIEF GESTAMEL

Net als vele avantgardistische kunstenaars zoekt Klee nieuwe vormen van schilderkunst. Al in 1902, na zijn terugkeer uit Italië, wordt hij zich bewust dat de kunst uit de Oudheid en de Renaissance niet compatibel is met zijn artistieke doelstellingen. Om uit de impasse van de academische regels te komen eniets nieuws te kunnen scheppen, moet hij de ‘oorspronkelijke bron’ identificeren waaruit – volgens de weergaven uit die tijd – elke kunstvorm voortkomt: “Ik zou als een pasgeborene willen zijn, niets weten van Europa, helemaal niets; de schrijvers en de modes niet kennen en bijna primitief zijn” schrijft hij in zijn dagboek.

In een tekst die hij in 1912 opstelde voor een tentoonstelling van Der Blaue Reiter verdedigt hij het “primitieve gestamel van een kunst die we eerder in etnografische musea of thuis, in de kinderkamer zouden aantreffen”. Hij heeft het ook op een welwillende toon over de kunst van “krankzinnigen” die hij “zeer serieus opvat, veel meer dan alle pinacotheken zodra het nu over hernieuwing in de kunst gaat”. Klee verwijst naar vele bronnen om kunst te herdefiniëren als een manier om “te verzamelen wat uit de diepte omhoog borrelt en dit doorgeven”.

Afbeelding
Paul Klee, dessin noir sur fond blanc.
Paul Klee, Die Schlangengöttin und ihr Feind (La déesse-serpent et son ennemi), 1940. Collection privée en dépôt au Zentrum Paul Klee, Berne
GEKRUISTE BRONNEN

et traject van de tentoonstelling licht de vier wegen uit die Klee koos om deze ‘dieptes’ te verkennen: gestichtskunst, kindertekeningen, niet-westerse kunst en prehistorische kunst. Zonder dat elk werk specifiek aan een formele bron wordt gekoppeld, opent de tentoonstelling voor het publiek een breed spectrum aan associaties en laat het tussen de verschillende zalen verbanden leggen en zijn eigen interpretatie vormen. Meerdere periodes worden weergegeven via het prisma van de zoektocht naar de herkomst: de context van Der Blaue Reiter in München, die van Dada in Zürich en het surrealisme in Parijs, de jaren onderwijs aan Bauhaus en uiteindelijk de ontvangst van Klee in de Verenigde Staten in de dertiger jaren.

 

COMMISSARISSEN

Sébastien Delot, directeur-conservator van het LaM
Fabienne Eggelhöfer, hoofdconservatrice van het Zentrum Paul Klee, Bern
Jeanne-Bathilde Lacourt, conservatrice belast met moderne kunst in het LaM

 

De tentoonstelling Paul Klee, entre deux mondes wordt gerealiseerd in samenwerking met het Zentrum Paul Klee (Bern)